Veertig jaar geleden zette Neil Armstrong als eerste mens een voet op de Maan. Je kan er de laatste dagen niet aan ontsnappen in de kranten en op het web. Een gigantische onderneming was het, die tot stand was gekomen met dank aan een fortuinlijke samenloop van omstandigheden: de stevige Russische concurrentie in de ruimte, de wereldpolitiek van de jaren ‘60, technische vooruitgang sinds de tweede wereldoorlog. Op een goeie vijftien jaar ging men, inclusief alle eerste-keren, testen, ongelukken en politieke strubbelingen, van een grotendeels op de Duitse V2 gebaseerde intercontinentale raket (ICBM) over op de enorme Saturn V. En helemaal vanboven op die reus zaten drie astronauten, klaar om de uitdaging van president Kennedy waar te maken.
Het waren jaren van nooit geziene technische vernieuwingen, grotendeels uit pure noodzaak. De raket die op 16 juli 1969 opsteeg was er een vol met materialen, mechanismen en elektronica die tot enkele jaren ervoor niet gekend waren, en de schaal van de raketmotoren die het gevaarte de lucht in hielpen was onovertroffen. Talloze ingenieurs gaven in die jaren het beste van zichzelf om deze nieuwigheden te bestuderen, te ontwerpen, te testen. Voor hen was 20/21 juli 1969 niet alleen een historisch moment, maar ook de bekroning van tien jaar van hun leven.
De toekomstplannen
Veertig jaar geleden zou het waarschijnlijk geen verbazing gewekt hebben dat er momenteel meer mensen in de ruimte zijn dan ooit. Het feit dat het er maar dertien zijn des te meer.
Natuurlijk wordt er in de krant ook naar voor gekeken bij een herdenking als deze. En daarbij gaat het meestal in de eerste plaats over ‘Constellation’, het programma dat de vorige NASA-directeur Mike Griffin uitdacht om terug te gaan naar de Maan, en daarna naar Mars. In het licht van een grondige doorlichting (zie ook lager) van de toekomst van NASA die momenteel bezig is, is Constellation echter zeker niet meer de enige optie, en waarschijnlijk ook niet de meest gewenste – toch niet met de planning die het project nu heeft. Het wordt ook wel, terecht, omschreven als ‘Apollo on steroids’. Er zijn dan ook heel wat gelijkenissen met de beroemde Apollo missies. Op technisch vlak, maar even goed op organisatorisch gebied, en – vooral – wat de hoge prijs van beide programma’s betreft. En daar zit nu net het probleem.
Problemen met Constellation
Geld. De Verenigde Staten hebben sinds kort een overheidsschuld van maar liefst 1000 miljard dollar. Het is geen wonder dat er bespaard moet worden. Een toelage van 5,5% van het overheidsbudget, zoals in de Apollo-dagen, zal NASA nooit krijgen, maar het volledige ‘Constellation’ project kost wel een onvoorstelbare 186 miljard dollar. Even naar de cijfers kijken leert dat het project nooit volledig, op tijd en veilig kan uitgevoerd worden en dat is ook wat nu al blijkt. De eerste testvlucht van de Ares I raket is een ware kruistocht. De Ares I-X die normaal volgende maand gelanceerd wordt reken ik niet mee, want er zijn nog heel veel verschillen met de uiteindelijke versie. De raket blijft maar uitgesteld worden, de veiligheidseisen blijven verzwakt worden om toch maar te kunnen lanceren, er zijn al een paar jaren ernstige problemen met trillingen en een eis voor ‘Constellation’, namelijk zoveel mogelijk Space Shuttle technologie hergebruiken, werd oorspronkelijk wel als belangrijk beschouwd, maar ondertussen in de wind geslagen na de zoveelste hertekening. Dit ruikt voor mij naar bad design. Een aantal andere elementen van ‘Constellation’, zoals de bemande module en de maanlander, zien er beter uit, maar zonder raket om astronauten te lanceren heb je geen bemande missie. Volgens mij kan je dit laten werken, maar enkel met veel geld en tijd.
Een fundamenteel probleem met ‘Apollo on steroids’ is ook dat de lanceerkosten heel hoog zijn. De geschatte prijs van een Ares I lancering (dan heb je nog geen maanlander of stuwraket om je naar de Maan te brengen, die moeten naar boven op de nog veel grotere Ares V) is 1.3 miljard dollar. Ter vergelijking: het jaarlijks budget van NASA is … miljard. Voor eenmalige ’sortie’ missies genre Apollo is dit doenbaar, maar voor de geplande Maanbasis is dit veel en veel te duur.
Oplossingen en alternatieven
Als het doel van Constellation moet zijn om een permanente basis op de Maan en later op Mars te hebben, moeten de lanceerkosten drastisch naar beneden. En dat kan. Op dit moment is een commissie onder leiding van Norm Augustine de toekomst van NASA aan het bestuderen, want er zijn ook nog wel andere problemen – te veel bureaucratie, vertragingen bij zowat alle projecten, een enorm gebrek aan onderzoek en ontwikkeling, enzovoort. Eind augustus worden hun aanbevelingen voorgelegd aan president Obama, van wie dan een beslissing verwacht wordt. Een aantal uiterst interessante alternatieven die voorgelegd werden aan de commissie hebben een korte ontwikkelingstijd (terwijl Constellation al een aantal jaren bezig is), een lagere kost, zowel om te ontwerpen, te maken als om te lanceren, en een hogere veiligheid.
Zonder een dollar meer te gebruiken dan momenteel voor NASA begroot is kan het een efficiënter en meer toekomstgericht programma op poten zetten, zoals dr. Paul Spudis vertelt. Door enkele gedurfde stappen te zetten, zoals ‘tankstations’ in een baan rond de Aarde, gedeeltelijke constructie in de ruimte en – cruciaal – ‘in situ resource utilisation’, het gebruiken van wat er op de Maan aan grondstoffen ligt om bijvoorbeeld zuurstof te produceren of een basis te bouwen, kan een architectuur worden gemaakt die op lange termijn houdbaar is. Dit in tegenstelling tot het Apollo programma, dat na zes landingen zijn dienst bewezen had en vervolgens volledig van de kaart werd geveegd om geld te sparen. Want als we naar de Maan terug willen (rechtstreeks naar Mars gaan is ook een bestudeerde optie, bijvoorbeeld in het Mars Direct plan van Robert Zubrin), kan enkel een goede, duurzame terugkeer het begin betekenen van een verder avontuur.
Waarom moeten we naar Mars, naar de Maan, vraagt u dan, of waarom überhaupt de ruimte in? En wat doen de Europeanen (kort antwoord: de Amerikanen volgen in alles wat bemand is), de Chinezen, de Russen, de Indiërs? Allemaal heel interessante vragen, met heel diverse antwoorden, die op zijn minst een eigen blog post verdienen. Maar met deze post hoop ik dat je op zijn minst een beetje verder kan kijken dan ‘wat er in de krant staat’ over de toekomst van de Amerikaanse ruimtevaart.
Veertig jaar geleden zette Neil Armstrong als eerste mens een voet op de Maan. Je kan er de laatste dagen niet aan ontsnappen in de kranten en op het web. Een gigantische onderneming was het, die tot stand was gekomen met dank aan een fortuinlijke samenloop van omstandigheden: de stevige Russische concurrentie in de ruimte, de wereldpolitiek van de jaren ‘60 en de technische vooruitgang sinds de tweede wereldoorlog. Op een goeie vijftien jaar ging men, inclusief alle eerste-keren, testen, ongelukken en politieke strubbelingen, van een grotendeels op de Duitse V2 gebaseerde raket over op de enorme Saturn V. En helemaal vanboven op die reus zaten drie astronauten, klaar om de uitdaging van president Kennedy waar te maken.
Het waren jaren van nooit geziene technische vernieuwingen, grotendeels uit pure noodzaak. De raket die op 16 juli 1969 opsteeg was er een vol met materialen, mechanismen en elektronica die tot enkele jaren ervoor niet gekend waren, en de schaal van de raketmotoren die het gevaarte de lucht in hielpen was onovertroffen. Talloze ingenieurs gaven in die jaren het beste van zichzelf om deze nieuwigheden te bestuderen, te ontwerpen, te testen. Voor hen was 20 (voor ons 21) juli 1969 niet alleen een historisch moment, maar ook de bekroning van tien jaar van hun leven.
De toekomstplannen
Veertig jaar geleden zou het waarschijnlijk geen verbazing gewekt hebben dat er momenteel meer mensen in de ruimte zijn dan ooit. Het feit dat het er maar dertien zijn des te meer.
Natuurlijk wordt er in de krant ook naar voor gekeken bij een herdenking als deze. En daarbij gaat het meestal in de eerste plaats over ‘Constellation‘, het programma dat de vorige NASA-directeur Mike Griffin uitdacht om terug te gaan naar de Maan, en daarna naar Mars. In het licht van een grondige doorlichting (zie ook lager) van de toekomst van NASA die momenteel bezig is, is Constellation echter zeker niet meer de enige optie, en waarschijnlijk ook niet de meest gewenste – toch niet met de planning die het project nu heeft. Het wordt ook wel, terecht, omschreven als ‘Apollo on steroids‘. Er zijn dan ook heel wat gelijkenissen met de beroemde Apollo missies. Op technisch vlak, maar even goed op organisatorisch gebied, en – vooral – wat de hoge prijs van beide programma’s betreft. En daar zit nu net het probleem.


Problemen met Constellation
Geld. De Verenigde Staten hebben sinds kort een overheidsschuld van maar liefst 1000 miljard dollar. Het is geen wonder dat er bespaard moet worden. Een toelage van 5,5% van het overheidsbudget, zoals in de Apollo-dagen, zal NASA nooit krijgen, maar het volledige ‘Constellation‘ project kost wel een onvoorstelbare 187 miljard dollar. Even naar de cijfers kijken leert dat het project nooit volledig, op tijd en veilig kan uitgevoerd worden en dat is ook wat nu al blijkt. De eerste testvlucht van de Ares I raket is een ware kruistocht. De Ares I-X die normaal volgende maand gelanceerd wordt reken ik niet mee, want er zijn nog heel veel verschillen met de uiteindelijke versie. De Ares raket blijft uitgesteld worden, de veiligheidseisen zijn al een paar keer verlaagd om toch maar te kunnen lanceren, er zijn al een paar jaren ernstige problemen met trillingen. Een eis voor ‘Constellation‘, namelijk zoveel mogelijk Space Shuttle technologie hergebruiken, werd oorspronkelijk wel als belangrijk beschouwd, maar ondertussen in de wind geslagen na de zoveelste hertekening. Dit ruikt voor mij naar bad design.
Een aantal andere elementen van ‘Constellation‘, zoals de bemande module en de maanlander, zien er beter uit, maar zonder raket om astronauten te lanceren heb je geen bemande missie. Volgens mij kan je dit laten werken, maar enkel met veel geld en tijd. Geld hebben de Amerikanen nu ook weer niet zo in overvloed, en qua tijd: hoe minder tijd tussen het stilleggen van de Shuttle-vloot en het operationeel zijn van de nieuwe raket, hoe minder. Want af en toe moet er toch nog eens een Amerikaan naar het ISS kunnen gaan, en daarvoor op de Russen betrouwen, dat is toch een beetje not done als overtuigde patriot.
Een fundamenteel probleem met ‘Apollo on steroids’ is ook dat de lanceerkosten heel hoog zullen zijn in vergelijking met een aantal alternatieven. Voor eenmalige ’sortie’ missies genre Apollo is doenbaar, maar voor de geplande Maanbasis is dit veel en veel te duur.
Oplossingen en alternatieven
Als het doel van Constellation moet zijn om een permanente basis op de Maan en later op Mars te hebben, moeten de lanceerkosten drastisch naar beneden. En dat kan. Op dit moment is een commissie onder leiding van Norm Augustine de toekomst van NASA aan het bestuderen, want er zijn ook nog wel andere problemen – te veel bureaucratie, vertragingen bij zowat alle projecten, een enorm gebrek aan onderzoek en ontwikkeling, enzovoort. Eind augustus worden hun aanbevelingen voorgelegd aan president Obama, van wie dan een beslissing verwacht wordt. Een aantal uiterst interessante alternatieven die voorgelegd werden aan de commissie hebben een korte ontwikkelingstijd (terwijl Constellation al een aantal jaren bezig is), een lagere kost, zowel om te ontwerpen, te maken als om te lanceren, en een hogere veiligheid.
Zonder een dollar meer te gebruiken dan momenteel voor NASA begroot is kan het een efficiënter en meer toekomstgericht programma op poten zetten, zoals dr. Paul Spudis vertelt. Door enkele gedurfde stappen te zetten, zoals ‘tankstations’ in een baan rond de Aarde, gedeeltelijke constructie in de ruimte en – cruciaal – ‘in situ resource utilisation’, het gebruiken van wat er op de Maan aan grondstoffen ligt om bijvoorbeeld zuurstof te produceren of een basis te bouwen, kan een architectuur worden gemaakt die op lange termijn houdbaar is. Dit in tegenstelling tot het Apollo programma, dat na zes landingen zijn dienst bewezen had en vervolgens volledig van de kaart werd geveegd om geld te sparen. Want als we naar de Maan terug willen (rechtstreeks naar Mars gaan is ook een bestudeerde optie, bijvoorbeeld in het Mars Direct plan van Robert Zubrin), kan enkel een goede, duurzame terugkeer het begin betekenen van een verder avontuur.
Waarom moeten we naar Mars, naar de Maan, vraagt u dan, of waarom überhaupt de ruimte in? En wat doen de Europeanen (kort antwoord: de Amerikanen volgen in alles wat bemand is), de Chinezen, de Russen, de Indiërs? Allemaal heel interessante vragen, met heel diverse antwoorden, die op zijn minst een eigen blog post verdienen. Maar met deze post hoop ik dat je op zijn minst een beetje verder kan kijken dan ‘wat er in de krant staat’ over de toekomst van de Amerikaanse ruimtevaart.